Preambule Statuten Coöperatie Frij Fryslân

Preambule Statuten Coöperatie Frij Fryslân

Op 5 mei 2022 passeerde bij de notaris in Leeuwarden de oprichtingsakte van de Koöperaasje Frij Fryslân. Hieronder is de tekst van de preambule van die akte te lezen. Deze preambule geeft de visie en de aspiraties van de coöperatie weer.

1. Visie

Frij Fryslân is een land waar mensen om elkaar geven. Waar respect voor elkaar, het leven en vrijheid een mooie balans vormen. Een land waar mensen samen beslissingen nemen en op elkaar en onze onbetaalbare natuur passen. Het is een land dat vele rijkdommen biedt: schoon drinkwater, zuivere luchten, rijke landbouwgronden en duurzame energiebronnen. In Fryslân is alles voorhanden om inwoners de basisvoorwaarden voor een gezond leven te bieden. Frij Fryslân is ook een land waar een ieder zich kan ontwikkelen naar eigen inzicht. Waar inspiratie, creativiteit en innovativiteit onderdeel van het grootste goed zijn en waar talenten van een ieder worden gezien en benut. Deze waarden worden in Frij Fryslân actief gestimuleerd, zodat we kunnen werken aan oplossingen die toekomstbestendig zijn en we onze natuur, economie en bestuurlijke processen herstellen. In Frij Fryslân weten we dat een sterke lokale economie noodzakelijk is voor mens en omgeving. We dragen onze soevereiniteit en beslissingsbevoegdheden niet over aan overheden of non-gouvernementele instellingen die weinig verbinding met ons land hebben. Onze inwoners nemen gezamenlijk, transparant en eerlijk besluiten en houden uitvoerders van de gekozen richting aansprakelijk.

2. Fryslân

Fryslân tussen Vlie en Lauwers, samenvallend met de huidige provincie Fryslân, is het oeroude stamgebied van de Friezen. Reeds in de Lex Frisionum ‘De wet van de Friezen’, opgeschreven aan het einde van de achtste eeuw na Christus, worden er drie Friese gebieden onderscheiden. Naast het hier genoemde stamland, dat het uitgangspunt vormt voor de rechtsregels die in de Lex Frisionum worden opgeschreven, wordt er een westelijk gebied onderscheiden tussen Sincfal (op de grens van Zeeland en Zeeuws-Vlaanderen) en Vlie (nu IJsselmeer ‒ dus de huidige provincies Zeeland, Zuid- en Noord-Holland) en een oostelijk gebied tussen Lauwers en Wezer (dus de huidige provincies Groningen in Nederland en Ostfriesland in Duitsland). De Friezen zijn dus een van de oudste volkeren van de Lage Landen. De helft van wat nu Nederland is was ooit Fries.

3. Volk en taal

De Friezen zijn de enige erkende nationale minderheid binnen Nederland. Het Fries is bovendien de enige officieel erkende minderheidstaal in Nederland, sinds tweeduizenddertien (2013) verankerd in de Wet Gebruik Friese Taal. Deze Friese taalwet is het resultaat van de Friese emancipatiebeweging die sinds de negentiende eeuw ontstaan is en die geleid heeft tot grammatica’s, woordenboeken, instituten en (politieke) bewegingen die zich hard maakten en maken voor het Fries en de Friezen. In de overige delen van het voormalige Grootfriese gebied zijn nog sporen van het Fries te vinden, met name in het Westfries. In Duitsland wordt nog Fries gesproken in Saterland in Ostfriesland. Daarnaast wordt in Nordfriesland een aantal Noordfriese dialecten gesproken.  

4. Geschiedenis

De Friezen kennen een lange traditie van vrijheid. De voorouders van de huidige Friezen vestigden zich aan het einde van de vierde eeuw na Christus in het op dat moment grotendeels lege en ontvolkte Friese kustgebied en namen al snel de oude naam van hun voorgangers (die in de eerste eeuwen voor Christus tot aan het einde van de Romeinse tijd deze streken bewoond hadden) over. De ‘nieuwe’ Friezen waren verwant aan en stonden in nauw cultureel contact met de andere Germaanse volkeren rondom de Noordzee, met name de Angelsaksen in Engeland en de Denen in Scandinavië. De Friezen stonden bekend als een machtig en rijk volk, onder andere door hun internationale handel, waardoor de Noordzee een tijdlang de naam mare Frisicum ‘Friese zee’ droeg. Na de verovering door de Karolingische vorsten in de loop van de achtste eeuw volgde al snel een feitelijke ontworsteling aan dit ‘centrale’ gezag, onder andere door de Vikingperiode tussen circa achthonderdvijftig (850) en negenhonderdvijftig (950) die dit gezag ondergroef. Vanaf de elfde eeuw kan er derhalve gesproken worden van de Friese Vrijheid of Fries zelfbestuur, die duurde tot het einde van de middeleeuwen. De Friese Vrijheid bestond uit een aaneenschakeling van autonome landsgemeenten tussen Vlie en Wezer. De begrippen Fries en Vrij en Vrije Fries waren bijna onlosmakelijk met elkaar verbonden en hebben hun sporen tot op heden achtergelaten. Na een periode van centraal gezag van ongeveer tachtig jaar vormde Fryslân samen met de omliggende Nederlandse provincies de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en was het gebied weer autonoom. De langste periode van onvrijheid hebben de Friezen gekend sinds de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden in achttienhonderdvijftien (1815). In de afgelopen twee eeuwen is Fryslân van de op een na rijkste (na Holland) provincie van de Republiek verworden tot een gemarginaliseerde plattelandsprovincie met een voortdurende onttrekking van kapitaal uit het gebied. 

5. Rijkdom

De Friezen zijn altijd rijk geweest. Het vruchtbare kleigebied en de mogelijkheden die de zee en rivieren boden voor handel dichtbij en ver weg hebben hen voortdurend welvaart gebracht. De Friezen hebben  daarnaast altijd veel vee gehouden. Rond zeshondervijftig (650) na Christus begonnen de Angelsaksen en de Friezen een zilveren muntje te slaan van iets meer dan een (1) gram ten dienste van deze handel. Zij reïntroduceerde daarmee een geldsysteem nadat dit sinds de val van het Romeinse Rijk uiteen gebrokkeld was. De Friezen waren meesters in het meten, rekenen en wegen. Opvallend aan de Friese situatie is dat de rijkdom breed verdeeld was. Er was een maatschappelijke bovenlaag van eigenerfde boeren en adel, maar het verschil tussen deze twee standen was niet heel erg groot. Dientengevolge was er veel welvaart, verspreid over een grote groep mensen. Door het cognatische karakter van de samenleving en het erfrecht was de positie van de vrouw relatief sterk. Dit betekende dat elke generatie weer opnieuw moest bouwen aan een sociale positie. Na achttienhonderdvijftien (1815) werd de Friese rijkdom meer en meer afgeroomd. Eerst door het absenteïsme van de veelal adellijke grootgrondbezitters die in de loop van de achttiende eeuw waren ontstaan en na achttienhonderdvijftien (1815) ofwel waren gaan rentenieren op de Veluwe ofwel naar het nieuwe politieke centrum in Den Haag waren getrokken. De nieuwe infrastructuur die in de negentiende eeuw werd gebouwd was bovendien primair op de Randstad gericht. De economische crisis aan het einde van die eeuw betekende een harde klap voor Fryslân. Veel Friezen trokken weg naar elders, bijvoorbeeld naar Amsterdam of Limburg om daar werk te vinden als politieagent, onderwijzer of mijnwerker. De onttrekking van rijkdom uit Fryslân zette door in de twintigste eeuw. Er werd gas gewonnen en er vond een constante braindrain plaats via de universiteit van Groningen. Toch waren er ook in deze tijd lichtpunten. Fryslân vond zijn zuivelindustrie opnieuw uit en omarmde het concept van de coöperatieve zuivelfabriek. Heden ten dage beschikt Fryslân nog steeds over veel rijkdommen, hierboven al genoemd: schoon drinkwater, zuivere luchten, rijke landbouwgronden en duurzame energiebronnen. Een van de grote rijkdommen van het moderne Fryslân is daarnaast de mienskip: de gemeenschapszin die hoort bij een relatief kleinschalige samenleving die bovendien een sterke identiteit kent. Dit maakt de Friezen tot de gelukkigste mensen van Nederland, ook al wordt hier niet het meeste geld verdiend. 

6. Grote uitdaging

Niettegenstaande hun eigen specifieke geschiedenis en identiteit zijn Friezen vanzelfsprekend onlosmakelijk onderdeel van en verbonden met de gehele mensheid en de aarde. De gehele mensheid staat nu voor de grote opgave om een leefbare wereld te creëren en te behouden. Om dit te kunnen bewerkstelligen is het van essentieel belang dat mensen zeggenschap hebben over hun eigen leven en omgeving.

7. Vrijheid

Onder vrijheid verstaan wij zowel negatieve als positieve vrijheid: dus zowel de vrijheid van alle belemmeringen als de vrijheid om het leven vorm te geven naar eigen mogelijkheden en vrije wil tot uitdrukking te laten komen en vrij te zijn van interne beperkingen. Beide vormen van vrijheid zijn nodig in elke vrije en beschaafde samenleving. Vrijheid gaat altijd gepaard met verantwoordelijkheid ten aanzien van de medemens en de wereld. Dit blijkt uit de universele gulden regel ‘Behandel anderen zoals je door hen behandeld wilt worden’. Bovendien blijkt er een directe relatie te zijn tussen vrijheid en moraliteit. Indien een samenleving zich ethisch gedraagt, is zij vrij. Als de mensen zich echter onethisch gedragen worden zij als vanzelf slaaf. Onze ethiek en ons morele gedrag heeft dus niet alleen effect op onze persoonlijke vrijheid, maar tevens op de vrijheid van de gehele samenleving. 

8. Bewustzijn

De mens is tevens onlosmakelijk onderdeel van een bewustzijnsveld dat door diverse wereldreligies en spirituele tradities onderkend maar telkens anders benoemd is, en dat door training, meditatie en onderzoek gekend en ervaren kan worden. Dit bewustzijnsveld is intelligent en manifesteert zich in de materiële realiteit, sterker nog, de materiële realiteit is er het resultaat van. Al het kenbare en onkenbare is er onderdeel van en daardoor is alles onderling verbonden. Voor de mensen in Frij Fryslân is dit een essentieel uitgangspunt. 

9. Nieuwe mens

De oude mens en de oude samenleving zijn niet meer. De mensheid zit ontegenzeggelijk in een transitie. Met name de Westerse mens is de afgelopen eeuwen verder en verder van zijn ware aard verwijderd geraakt. De wereld (‘het tijdperk der mensen’) is meer en meer onttoverd en ontzield geraakt, met als gevolg dat de mens slecht voor zichzelf en de aarde zorgt. Competitie, ontzieling, materialisme, consumentisme en individualisme hebben de mens in een toestand van angst, slachtofferschap en isolatie gebracht. Ideaal om te controleren, maar vernietigend voor de mensheid en de aarde. In de transitie naar een nieuwe wereld, een nieuw tijdperk, zal de mens zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Beter gezegd: zijn ware aard en potentie aanvaarden, omarmen en activeren. In het boek Human by Design uit tweeduizendzeventien (2017) geeft Gregg Braden een overzicht van de potentie van de mens en zijn vermogen om in contact te komen met het bewustzijnsveld waar wij allemaal onderdeel van zijn. Hier komen oud en nieuw bij elkaar. De nieuwste, meest pionierende wetenschappelijke onderzoeken naar onder andere de aard van het menselijk bewustzijn, de menselijke anatomie en het vermogen tot zelfheling komen namelijk opvallend overeen met wat de oudste mysterietradities altijd al beweerd hebben. De mens staat uiteindelijk tussen hemel en aarde: tussen het bewustzijnsveld en materie en moet daarin een positie vinden, met compassie, een open hart en zich ten diepste bewust van zijn verbondenheid met alles. Dit vraagt onder andere dat de breinen in het hoofd, het hart en de buik op één lijn worden gebracht. 

10. Kernwaarden

Frij Fryslân houdt de volgende kernwaarden in de komende kwartiermakersperiode voor het belangrijkst: integer, autonoom, oplossingsgericht, verbindend, en holistisch. De nieuwe Vrije Fries is integer: hij handelt respectvol naar zijn medemens en heeft een goed ontwikkeld waardenkompas. Hij is autonoom: hij leeft volgens zijn eigen integriteit en is niet afhankelijk van de mening of invloed van anderen. Daardoor blijft hij altijd zuiver in zijn handelen en oordeel. Hij is oplossingsgericht: hij heeft een lenige geest die in staat is problemen van alle kanten te bekijken en er een non-lineaire oplossing voor te vinden. Hij is verbindend: als vrij mens beseft hij dat die vrijheid nooit ten koste van zijn medemens kan gaan en dat hij daartoe in verbinding moet blijven om dit af te stemmen. Tenslotte is hij holistisch: hij is zich er ten diepste van bewust verbonden te zijn met het bewustzijnsveld en dit stuurt zijn handelen. 

11. Geschiedenis van Frij Fryslân

In januari tweeduizendeenentwintig (2021) kwam een aantal mensen bij elkaar om te praten over de enorme uitdagingen waarvoor de wereld nu gesteld wordt. Zij waren zich bewust van de geschiedenis van vrijheid die Fryslân kende en voelden ten diepste dat nu de tijd was om opnieuw en sterker dan ooit te ijveren voor een onafhankelijk gebied om daarmee de mens tot zijn recht te kunnen laten komen. Dit stond voor bijna geen enkele van de gesprekspartners los van een gedeelde visie op het menszijn en het daarmee samenhangende holistische wereldbeeld. Uiteindelijk kristalliseerde zich een kernteam uit dat de visie van Frij Fryslân in de wereld zette en praktisch begon uit te dragen. Sommige leden van het kernteam hadden zich al decennialang praktisch en mentaal voorbereid op deze tijd. Nadat in augustus tweeduizendeenentwintig (2021) de website was gelanceerd begon het werk van het opbouwen van de beweging Frij Fryslân. Er werden presentaties gegeven, er werd verder nagedacht, met heel veel mensen en (mogelijke) partners gepraat, nieuwsbrieven geschreven en bovenal: een intentie neergezet die als een draaggolf diende om gelijkgestemde mensen te vinden en te laten aanhaken. 

12. Parallelle ontwikkelingen

De mondiale crisis die zich in het voorjaar van tweeduizendtwintig (2020) openbaarde kwam voor sommige mensen uit de lucht vallen, maar anderen hadden al jaren daarvoor voorzien dat het huidige maatschappelijke systeem vastliep en wel moest eindigen, om over te gaan in iets nieuws. Genoemd worden hier de inspanningen van De Coöperatieve Samenleving, die reeds in tweeduizendvijftien (2015) trachtte een fundamentele maatschappelijke vernieuwing in te zetten, namelijk de gebiedscoöperatie, waar overheid, bedrijfsleven en inwoners van een gebied tot een nieuw gemeenschappelijk speelveld en een nieuwe interactie komen, zoals uitgelegd in het rapport Het Rijnlands Gebiedsarrangement, tweeëntwintig mei tweeduizendachttien (22 mei 2018). Hoekstenen in dit denken zijn de juridische verbinding van de gebiedscoöperatie aan de Omgevingswet en het Europese Regio-beleid die samen de ruimte creëren voor het type coöperatieve gebiedsontwikkeling dat wij voorstaan. In tweeduizendeenentwintig (2021) verscheen voorts Society 4.0: Resolving eight key issues to build a citizens society van Bob de Wit. De Wit laat daarin zien dat de wereld nu daadwerkelijk voor een tweesprong staat. De mensheid beweegt zich hetzij in de richting van een technocratische door een mondiale elite gecontroleerde samenleving waarbij de technologische verworvenheden worden ingezet om de bevolking verregaand te controleren, hetzij in de richting van een samenleving waar de menselijke maat weer wordt hervonden, welvaart verspreid wordt over alle mensen, er verregaand wordt gedecentraliseerd en de bevoegdheid weer bij de mens komt te liggen. De Wit entameerde vervolgens een beweging die onder andere uitmondde in de oprichting van de coöperatie “Coöperatieve Vereniging Society 4.0 U.A.”, hierin bijgestaan door enkele van de drijvende krachten achter De Coöperatieve Samenleving. Frij Fryslân werkt graag samen met deze initiatieven om zo de krachten te bundelen, inzichten te delen, te leren, te inspireren en geïnspireerd te worden.

13.  Kwartiermakersperiode

Het werk waar wij in onze regio voor staan lijkt groot, maar begint gewoon heel klein: met leren en ontwikkelen. Om het leren in diverse opzichten expliciet onderdeel te maken van onze organisatieontwikkeling begint onze coöperatie met een kwartiermakersperiode van in beginsel ongeveer twee jaar. In deze periode willen we de coöperatie versneld opstarten; een hechte ledengemeenschap creëren; de bedrijfsvoering inrichten; concepten, producten en diensten ontwikkelen; en daarmee veel leren. Wij verbinden ons daarom in een ‘flitscoöperatie’ op basis van statuten die opzettelijk en nadrukkelijk zo beknopt mogelijk zijn gehouden. In deze oprichtingsstatuten beschrijven we derhalve bewust niet de details van onze interne organisatiestructuur, maar verankeren wel onze bedoeling, uitgangspunten en doelstelling. Tegelijkertijd nodigen we betrokkenen en belangstellenden uit om, voorlopig als aspirant-lid, zich aan onze coöperatie te verbinden en mee te denken over de gewenste statutenwijziging die we over circa twee jaar formeel willen laten passeren bij de notaris. We gebruiken de kwartiermakersperiode dus om al lerend samen te werken, mede aan de voorbereiding van deze statutenwijziging voor de meer definitieve vormgeving van onze coöperatie.

14. Eedgenootschap

In deze kwartiermakersperiode willen wij ook onderzoeken hoe wij samen met onze leden een verbond met elkaar kunnen aangaan dat leidt tot de meest optimale staat van vrijheid in verbondenheid: waarin wij op basis van universele rechtsprincipes (natural law), van onze visie en kernwaardes, aan het universum en aan elkaar zweren dat wij onze persoonlijke en elkaars vrijheid als het hoogste goed zien en ons volledig committeren aan de realisatie en borging van deze vrijheid.        

15.  Onderzoeksopdracht

Het leerproces wordt ondersteund met een ‘leer-groeidocument’ en geeft in termen van structuur vorm aan een ‘overgangsreglement’. Tijdens de kwartiermakersperiode worden in het leer-groeidocument de voortschrijdende inzichten vastgelegd omtrent alle belangrijke onderdelen van de structuurinrichting van onze coöperatie, waaronder de besturing, de financiering, de invulling van het lidmaatschap, maar ook documenteren we het leren binnen de thema’s. Ter bevordering van het leerproces geven we onszelf een aantal specifieke (onderzoeks)opdrachten mee:

a. De verbinding met onszelf op te zoeken en de sporen van de ‘oude’ samenleving die ook wij nog meedragen zo veel mogelijk proberen onder ogen te zien, terwijl we werken aan het ontwikkelen van een bij de ‘nieuwe’ samenleving passende mens, daarbij ook nieuwe (aspirant)leden meenemend;

b. Het operationaliseren van de hierboven genoemde uitgangspunten met betrekking tot onze visie, kernwaarden, bewustzijn en de nieuwe mens;

c. Het creëren van een groeiende ledengemeenschap;

d. Het opbouwen van een levensvatbare interne organisatie met een krachtig, kundig, talentvol, betrokken en gebalanceerd samengesteld bestuur;

e. Het neerzetten van een solide financiële structuur en basis door de (door)ontwikkeling van de organisatie en het doen van investeringen binnen de Regio;

f. De beweeglijke ontwikkeling en structurering van ledenrelaties (ledencategorieën, rollen, rechten en plichten), de governance, financiering en fiscaliteit van onze coöperatie gedurende haar eerste fasen van het pionieren en kwartiermaken, met oog op de daaropvolgende fase van professionalisering;

g. Het ontwikkelen van nieuwe, passende vormen van waardering en beloning voor bijdragen aan hetgeen collectief nodig is (maar misschien niet altijd meteen ‘verkoopbaar’), uitgaande van integriteit, rekening houdend met beschikbaarheid van middelen (ook door de tijd heen) en vervolgens recht doende aan individuele behoefte, inzet en prestatie;

h. Het openstellen voor verbinding met allen, ook met bestaande publieke en private partijen die de overstap naar de nieuwe samenleving nog dienen te maken. 

i. Het actief onderzoeken naar de samenwerking met en/of lidmaatschap in Society 4.0 en De Coöperatieve Samenleving.